stuiter

We maakten grote stappen in #hoophuis. En dat was mooi, want dat was ook de bedoeling. Het was alleen barstens heet. Was ook de bedoeling, maar minder prettig. Maar dat had dan weer iets te maken met een opstookprotocol voor de vloerverwarming. Allemaal nieuw voor me, dus ik zucht wat en ik steun wat en ga er gemakshalve maar van uit dat ook dát uiteindelijk de moeite waard gaat zijn.

Maar ik had dus wel vakantie. 3 weken waarvan ik erbij van uit ging dat ik helemaal tot rust zou komen en lekker opgeruimd na 21 dagen door mijn huis zou huppelen. Maar dat doe ik nu dus niet. En, eerlijk is eerlijk, ik ging er dan wel van uit, maar wist donders goed dat dat dus never nooit niet zou gaan gebeuren. Niet met mijn huidige state of mind. Want die neigt naar lichte paniek. Hele, sluimerende maar bloed irritante lichte paniek.

Want.

Verhuizen; dat betekent dus opruimen. En dat kan ik dus niet. He-le-maal niet. Hoe vaak ik wel niet in totale desolaatheid mijn moeder heb gebeld met ‘Mám, ik heb nu ALLES uitgezocht, maarnuweetikhetnietmeer…’. De hel. Uitzoeken en sorteren, dat wil nog wel. Maar dan moet ik weer logisch iets nieuws gaan verzinnen. En de boel gaan indelen. En opbergen. En ik WEET dat ik na dat opbergen gewoon alles kwijt ga zijn. Alles. En bij dat idee alleen al sla ik vast. Múúrvast. Dus in plaats van lekker opgeruimd zijn en klaar voor de komende werkweken zit ik hier wat panisch naar stapels administratie te staren. Denk ik aan wat er allemaal moet worden gedaan in ons mooie #hoophuis en denk ik aan mijn lieve ennestraathuis die nog steeds niet verkocht is, de bankreking die opdroogt, de was die nog gedaan moet worden en en en… En van weersomstuit slaat de hele ellende me ook nog op het spijsvertering systeem wat ook achteraan in de rij stond toen logica werd uitgedeeld. Oh ja. En alle toiletpapier ligt in #hoophuis. En niet hier. Dus.

Gisteren verzuchtte ik voorzichtig naar mijn lief waarom ik zo nu en dan wat stuiter. ‘Ik krijg het er een beetje benauwd van. Weet écht niet hoe ik dat allemaal moet gaan combineren straks.’ piepte ik. Ik kreeg een aai en er klonk een simpel ‘Dat vormt zich wel lief. Komt goed.’

En dat moet dan ook maar.